zaterdag 19 maart 2011

Lekker eten, wat werken, veel genieten en de start van het regenseizoen!

Het is al twee weken geleden dat ik nog iets gepost heb, dus hou jullie vast voor een enorm lang verslag. Hopelijk houden jullie het vol tot het einde van mijn verhaal.

Twee weken geleden hebben we jammer genoeg in de guesthouse niet kunnen genieten van een warme douche, het is dan maar een koude geworden. Maar je zo makkelijk kunnen inzepen van kop tot teen blijft deugd doen. We zijn die middag ook nog eventjes naar het internetcafé geweest en zijn toen gaan kijken naar welke lodges we gaan tijdens de safari. Ze zien er echt super chique uit en ik denk dat ik echt overrompeld ga zijn door al die luxe na 2,5 maanden Getamock. Ik kijk er echt enorm naar uit! Het is hier zeker en vast een levenservaring en ook de lodges zullen een once-in-a-lifetime avontuur worden! Dat worden foto’s om U tegen te zeggen. :-)  Met dit nog in onze gedachten gingen we natuurlijk weer een koud pintje drinken, maakten we onze zak en stonden we weer paraat voor het raam om op de daladala te wachten. De ober kwam echter zeggen dat er geen kwam vandaag, dus dat er een dure taxi onderweg was. Iets is beter als niets, dus we genoten van de ruimte die we hadden in deze auto. Aangekomen in Getamock ontmoetten we Issa (de vriend van Joke) die ons goed nieuws vertelde, Joke stelde namelijk voor dat we volgend weekend in Arusha bij haar mochten blijven slapen. Dat was natuurlijk een aanbod dat we niet konden weigeren.

Die nacht heeft het hevig geregend, maar maandagochtend maakten we het spreekwoord “na regen komt zonneschijn” wel heel letterlijk mee. Het werd dus weer een dagje genieten van de zon, wat lesgeven en kennismaken met vier nieuwe leerkrachten. Het doet wel raar om ineens zoveel nieuwe mensen in onze lerarenkamer te hebben, maar aan de andere kant is het een leuke afwisseling. Vooraleer we naar huis gingen, hebben we nog een boekenrek in elkaar gezet in de lerarenkamer. Mannen en techniek gaan hier niet echt samen, dus zonder onze assistentie had het hen nooit gelukt. Die avond nog even genoten van een mega prachtige zonsondergang à la Lion King, met een boek in mijn hand en er was weer een dagje voorbij.

Op dinsdag moeten we nooit lesgeven, dus houden we ons rustig bezig met een boekje, een spelletje, genieten van het mooie uitzicht en wat luieren. We kregen die dag eindelijk de schoolkalender van dit semester te zien, kreeg ik te horen dat ik mee verantwoordelijk was voor ‘sports and games’ en dat ik ‘head of department’ ben voor biologie. Binnenkort (21/03-25/03) zal ik ook samen met Dawite ‘Teacher On Duty’ zijn. Op zich niet veel speciaals, alhoewel ik vroeger op school aanwezig moet zijn en op het einde van de week administratief werk moet verrichten. Die pole pole gaat me wel goed af :-)

Woensdagochtend kregen we een smsje van Jorien dat ons deed watertanden. Ze hadden een McDonalds (in Tanzania McMoody’s genaamd) gevonden in Arusha en daar wilden we dan natuurlijk graag gaan middageten. Het dagje Arusha begint meer en meer te lijken op een dag naar ’t stad in België. ’s Middags McDonalds en ’s avonds pizza; heerlijk! Natuurlijk moest er vandaag weer les gegeven worden en net als in België gaat dat niet altijd even vlot. De leerlingen waren er niet echt bij die dag, maar laten we dat maar even op de sleur van het schoolwerk steken. De naschoolse activiteit die dag was wel enorm hilarisch en tof, er was een voetbalwedstrijd tussen de studenten en de leerkrachten. Marlies en ik stonden als trouwe supporters aan de kant en zagen zo alle vrolijke taferelen. De scheidsrechter was een papzak die altijd enkele meters verder stond, de regels niet kende en liever had dat het snel voorbij was. Joseph (second headmaster) voetbalde in een lange keepersbroek met zijn botinnen eronder, liep als een kleutertje en raakte de bal zowat nooit. Duwen en in de weg lopen is natuurlijk ook altijd een manier. Het is dan ook niet echt raar om te weten dat we verloren zijn, maar we hadden toch weer een leutige namiddag.

Donderdag was wel een hele, volle, leuke dag, want we hebben weer enkele nieuwe dingen geprobeerd. Als mid morning breakfast krijgen de leerkrachten altijd thee en chapati (een soort pannenkoek), maar we hadden al snel door dat de leerlingen een andere ‘lekkernij’ kregen. Vandaag gingen we dat testen, de leerlingen krijgen eigenlijk een soort van deeg (bloem met water), genaamd porridge. We hebben zelf een volle tas van de kokkin gekregen en na één lepel had ik al door dat het niet echt iets voor mij was. Het voelde eerder aan als een laag cement op mijn maag, desondanks de grote hoeveelheid toegevoegde suiker. In de keuken zelf begonnen mijn ogen te tranen van de rook (wat natuurlijk gevolgd werd door het gelach van de leerlingen), dus bracht een leerling ons naar het kotje ernaast waar de watervoorraad staat. Daar probeerde ik verder met de leerlingen wat van de porridge te eten. Het was eigenlijk heel leuk om zo bij de leerlingen staan en ik denk dat we het wel vaker zullen doen, maar ik denk niet dat ik dan nog porridge zal eten. Iets later kwam ook Joseph kijken hoe het met ons was, maar eerst moest hij toch weer de leerlingen op hun plaats zetten. Blijkbaar mag je helemaal niet staan in dat kamertje van de watervoorraad. Als een gestraft klein kindje volgde ik de leerlingen met Joseph op kop weer naar buiten. Ik vond het wel grappig en de leerlingen stonden er ook weer met een grote glimlach. Ondertussen zocht ik een manier om mijn tas porridge leeg te krijgen. Toen ik enkele leerlingen het onderste van de pot (een oude olieton) zag leegschrapen, merkte ik dat Peter (een student uit form 3) geen nieuwe portie kon krijgen. Dit was mijn kans! Ik vroeg of hij nog honger had en natuurlijk zei hij ‘ja’, waardoor ik mijn tas leeg kapte in zijn kommetje. Heel geniepig ben ik dus van mijn porridge afgeraakt. De kokkin gaf ons daarna een  mandazi (een koude zoete smoutebol) om te proeven en dat vond ik wel heel heerlijk. Ik ben blij dat ik dus mijn mid morning breakfast goed heb kunnen afronden. De leerlingen kunnen zelf een mandazi of bananen kopen aan een lage prijs.  Voor de rest van die dag heb ik vooral veel zitten kaarten met de nieuwe leerkrachten en op deze manier leer je die ook weer op een toffe manier kennen. Die avond zijn we bij Simon (een jonge, toffe leerkracht) gaan eten en hij had echt super lekker gekookt. In het begin rook het al lekker en merkten we dat het kip met frietjes ging worden. Tussendoor kreeg ik eerst nog telefoon van Jan en na dit leuk gesprekje kon ik eindelijk genieten van het heerlijke eten. Ik vond het echt zalig! Nadat hij ons als een echte gentleman naar huis was gewandeld in het felle licht van de prachtige maan, zijn we met een enorm goed gevulde maag gaan slapen. Stiekem droomde ik ’s nachts nog steeds van de frietjes met kip.

Vrijdag was een mega chillie willie dag, want alleen de eerste twee uren moet ik lesgeven. We hebben die dag vooral gevuld met onszelf voor te bereiden op een weekendje Arusha. Haren wassen, benen scheren, een outfit kiezen, onze zak pakken en vooral veel hardop dromen. Over deze dag heb ik niet veel meer te zeggen, we zijn dan ook gewoon met veel kriebels gaan slapen.

Zaterdag 12 maart werd een Westerse dag op zijn Tanzaniaans. ’s Morgens met Tesha de daladala naar Karatu genomen om vervolgens in een minibus te stappen, richting Arusha. Het was een lange, warme rit met zelfs een gratis safari aan de kant van de weg (giraffen, zebra’s, …). Aangekomen op het zeer drukke busplein, zagen we al snel drie blanke meisjes in de menigte. Jorien, Ellen en Elena zijn drie studenten uit Lier die in Arusha werken als vroedvrouw. We hadden ze nog maar één keertje ontmoet in Mechelen, maar eigenlijk leek het meer op een blij weerzien tussen vriendinnen. Tesha ging zijn eigen weg en wij natuurlijk meteen naar McMoody’s. Onderweg moest ik wel eerst heel hard wennen aan de drukte van alle auto’s en mensen. Ik schrok er zelf van dat ik dit echt niet meer gewoon was, ik miste de heerlijke natuurlucht van Getamock en de rust die me dat geeft. Aangekomen bij McMoody’s was het al snel duidelijk dat dit al een tijdje gesloten was, dus een beetje teleurgesteld gingen we op zoek naar een andere plek om een hamburger te eten. Uiteindelijk een leuk restaurant gevonden waar ik voor de eerste keer genoot van samosa (driehoek van bladerdeeg met vlees en groentjes) en natuurlijk een koude cola. Na een inval van Koreanen (of toch iets Aziatisch) en de afwezigheid van ijs in deze plek, vertrokken we weer. Jorien had ons verteld over Shoprite, een zeer grote supermarkt. Onderweg naar dit ‘evenement’ gingen we op zoek naar een plek met ijs. We liepen door de straten van Arusha als echte kakelende kippen en daardoor vergaten we ook uit te kijken naar een plek met ijs. Het was echter leuk om met leeftijdsgenoten ervaringen uit te delen en nog eens goed snel in het Vlaams te kunnen praten en zo bezochten we ook kort hun stageplaats (een klein ziekenhuis). Aangekomen in Shoprite waren Marlies en ik echt verbaasd zoals een klein kindje in het pretpark. In Getamock heb je zowat niets en aan deze supermarkt kan zelfs onze Colruyt niet tippen. Ik zag overal dingen waarvan ik schrok dat ze dat in Tanzania kenden. Toch kon ik me bedwingen en kocht ik alleen koud drinken en een ijsje. Dit hebben we op de parking opgegeten in een heerlijk zonnetje. Eigenlijk was het wel een gek gevoel om op een parking te zitten in zo’n drukke stad, want dat was ondertussen toch weer een hele tijd geleden. Daarna was het tijd om naar de ‘clock tower’ (een rond punt met een klok in het midden) te gaan. Onderweg botsten we nog op een stoet die meer leek op carnaval in België, maar eigenlijk waren het mensen (ik denk hindoes) die de 100ste verjaardag van een man vierden. Het was weer leutig om te zien en ik zag zelf een kever die me enorm aan Jan moest doen denken. Schat, als je dit leest, nog veel succes met het werken aan je kever! Joke kwam dan ook uiteindelijk aanrijden op een brommer en ze nam ons mee naar de pizzeria. Dit bleek een rustige tuin te zijn, afgeschermd van de drukte van Arusha en natuurlijk een heerlijke pizza en koud bier. Tesha was er ondertussen ook weer bij, dus we zaten daar met een vrij groot groepje te genieten. We hadden echt een super fijne dag, maar het was jammer genoeg tijd om te vertrekken naar Jokes huis. We spraken nog snel af met Jorien, Ellen en Elena om op 2 april mee de verjaardag van Ellen te komen vieren. Dat wordt alweer een weekend om naar uit te kijken. Onze rit naar het huis van Joke werd ook weer een avontuur, van Arusha tot Usa River zaten we in een laadbak van een truck, die mijn lichtgrijze short weer helemaal zwart maakte en in Usa River namen we een taxi over hobbelende wegen. Joke heeft echt een heel mooi, gezellig huis, maar omdat de generator heel duur is, verlicht ze haar huis met kaarslicht. Dit had iets heel romantisch. Ik heb er dan genoten van een warme (!) douche met kaarslicht en uiteindelijk hebben we nog zitten babbelen tot half 1 ’s nachts. Nachtraaf Mampaey begint hier wat te verdwijnen, dus ik weet niet goed of ik in juni meteen kan meedraaien in het feestritme van de Rupelstreek, we’ll see! :-)

Na een heerlijke nacht in een zacht bed, had Joke een rijkelijk ontbijt voorzien. Ik genoot er van een croque monsieur mét mayonaise, heerlijk vers fruit dat je in België niet kan vinden, een simpel sneetje kaas en chocoladekoekjes. Dit was echt hemel op aarde! Jammer genoeg is kaas hier vrij duur en hebben we geen ijskast, want anders zou ik me toch eens wagen in de keuken van Mama Walter. De rit naar Karatu was echt super vermoeiend. Even een opsomming van de vervoersmiddelen die we nodig hadden: laadbak van de jeep van Joke, een minibusje, nog een minibusje, een wandeling door de achterbuurt van Arusha met Tesha, dan een iets groter busje tot in Karatu. Ik kan jullie beloven dat het echt heel vermoeiend was en dat ik ontzettend blij was om uit te stappen in Karatu. Hierdoor had ik vorige week ook maar één uurtje op internet en is het dus deze keer zo’n lang verslag. In het internetcafé toonde ik me ook weer van mijn beste kant door in het Vlaams te klagen over het feit dat ik niet meteen op de computer kon en dat er precies een heel blank gezin de computers inpalmde. Oepsie, bleek het om Nederlanders te gaan. Het was een zotte kerel dat met zijn fiets van Nairobi tot hier is gekomen. Gelukkig was het ook een vriendelijke man, want hij kon er wel mee lachen. We dachten dat we onze portie vermoeiende ritjes voor vandaag wel hadden gehad, maar onze daladala naar Getamock had ook zijn kuren vandaag. Eerst zit hij ons op te jagen omdat hij wil vertrekken, dan staat hij zelf nog een lange tijd stil in Karatu, nadien gaat hij in slakkengang naar Getamock terwijl er een jongen van 4 jaar op mijn schoot in slaap was gevallen. Onderweg raakten we één keer een berg niet op, wat uiteindelijk wel gelukt is en meer op het einde viel hij gewoon stil. We moesten dan ook uitstappen, waarop de daladala terug naar achter bolde om hopelijk in gang te schieten. Het was echt super komisch, om een auto op goed geluk naar beneden te zien bollen en eigenlijk te hopen dat hij weer naar boven geraakte of hij zat tegen een boom. Eigenlijk wilden we gewoon te voet verder gaan, maar toen hij dan weer in gang schoot, vond ik het zo hilarisch dat ik toch maar terug instapte. We zijn dan ook uiteindelijk vlak voor onze deur afgezet, eind goed al goed. Toen we ’s avonds in het gras genoten van de rust van Getamock met een boek en mooie zonsondergang, hadden we een gesprekje met een leerling uit Form 4. Hij vertelde ons over zijn benarde thuissituatie, zijn vader is een dronkaard die zijn gezin in de steek liet, zijn moeder moet enorm hard werken om de touwtjes aan elkaar te kunnen knopen en in januari verloor hij een broer aan een ziekte. Zelf is hij wel een heel goede student die hoopt ooit dokter te worden. Naar school gaan kost echter enorm veel geld in Tanzania en zeker in het vierde jaar. Het kwam er dus op neer dat hij hoopte dat wij zijn studies en examengeld konden betalen. Ik heb hem eerlijk gezegd dat we dat niet kunnen doen, omdat we het geld niet hebben en ik niet kan selecteren tussen zo’n hele bende leerlingen. We hebben hem op het hart gedrukt dat we hier zijn om hen te helpen studeren en dat hij altijd welkom is om uitleg te vragen, maar veel meer kunnen we niet geven. Mijn hart zegt echter om mijn spaarrekening leeg te maken en iedereen hier geld te geven. Al een geluk heb ik mijn verstand nog dat me probeert wat rustig te houden. Het is echter niet gemakkelijk en het knaagt eigenlijk nog steeds aan mij. Ik probeer er nu gewoon voor hen en voor mij een heel leerrijke en toffe tijd van te maken. Na een heerlijk weekend en een klein dubbel gevoel zijn we dan in bed gekropen.

Op maandag begon de werkweek weer met twee uurtjes les. Emmanuel en ik hebben zitten nadenken over de schoolcompetitie die we willen houden en hij hoopt dat wij meisjesploegen vinden voor voetbal. Het is een missie die we graag willen volbrengen. Ben die dag ook vrijwel meteen begonnen met het opstellen van een kalender van de competitie, want ik vind dat een hele toffe bijkomende taak. Veel meer is er niet gebeurd.

Dinsdag is onze vrije dag, maar luieren was er deze keer niet echt bij. Ben een paar uur naar school gegaan om de kalender voor de schoolcompetitie af te werken, maar nadien was het tijd om mijn volle linnen zak proper te maken. Het is een lange wasbeurt geworden, met de hand natuurlijk, in een brandende zon, waarbij ik mijn lichtgrijze short wonder boven wonder weer proper heb gekregen. Tegen dat ik het laatste kledingstuk had opgehangen, was mijn kussensloop dat er eerst hing alweer droog. Eigenlijk vind ik het nog wel amusant om zo te wassen en je doet er ondertussen nog een kleurtje mee op. Na de lunch op school had ik een vergadering met Emmanuel en de kapiteins van elke sportploeg. Hier heb ik weer gemerkt dat de communicatie hier niet altijd vlot verloopt. Emmanuel had mijn kalender nagekeken eerder die dag, maar tijdens de vergadering bleek dat de competitie niet gedurende heel het semester moest duren, dus ik kon opnieuw beginnen. Ik vond het zo grappig dat ik met een grote glimlach naar de lerarenkamer ging om het snel snel opnieuw te maken. In België zou ik er niet mee kunnen lachen als iemand me na enkele uren werk pas de echte bedoeling vertelt, maar hier in Tanzania vind ik het amusant. Het was een leuke kleine vergadering. Toen we thuiskwamen na school, had Mama Walter opnieuw een grote verrassing voor ons. We hadden haar vorige week verteld dat we mandazi lekker vonden en kenden uit België; dus ze had een hele lading smoutebollen voor ons gemaakt! Volgens mij heeft ze er echt hard aan moeten werken en ik genoot er dan ook 100% van. Je zag ook aan haar dat ze gelukkig was dat we zo blij waren met deze verrassing. Het is echt een pracht van een madam. Toen het donker werd, hebben ze ook hun generator aangezet en konden we weer genieten van Afrikaans gedans en muziek op een tv. Ik heb haar gevraagd of ze ook een dergelijke dans kunnen tonen als onze papa’s hier aankomen in april. Mama Walter ging het wel regelen. Dan kan ik ook dit dansje leren.

Op woensdag was van het spreek “na regen komt zonneschijn” die voormiddag niet veel te merken. Het had die nacht heel hevig geregend en was ’s morgens nog niet opgeklaard. Een beetje verdrietig vertrok ik dan maar naar school. Woensdag moet ik veel lesgeven en ook deze keer was het hilariteit alom. De krijtjes breken nog steeds af, ik struikel over Engelse vaktermen qua uitspraak en ik schoot dan ook zelf in de slappe lach door mijn onnozelheid. De leerlingen hadden er wel plezier in en de dag vloog weer voorbij. Op school is er verder niet veel gebeurd, behalve dan dat ik mijn kalender heb afgewerkt. Mama Walter en de chairman zijn die ochtend naar Loljondo vertrokken. Omdat ik niet weet of dit nieuws België bereikt, leg ik even uit wat Loljondo is. Dit is een dorp waar een priester zit, die beweert dat het sap van een boom alles te kunnen genezen. Met alles bedoelt hij diabetes, astma, kanker en zelfs aids! Heel Tanzania en de rest van Oost-Afrika zit nu in Loljondo. Het goedje op zich kost maar 500Tsh (25Eurocent), maar een auto huren kost een bom geld en je moet enorm lang aanschuiven. Eigenlijk is het echt een gekke bedoening. Als godsdienstleerkracht vind ik het wel mooi dat er mensen in zoiets geloven en ik denk dat het later een verhaal is dat ik in de les zal gebruiken. Heel Oost-Afrika staat op zijn kop. Vandaag zelfs nog vertelde John ons dat hij een dergelijke boom in Endallah heeft, maar toch is dat niet hetzelfde, want het moet namelijk door die ene priester toegediend worden, want God is tot hem gekomen. Marlies en ik vinden het wel een leutig verhaal. Hopelijk is Mama Walter snel terug, want we missen haar eigenlijk wel. Edwin heeft zich de afgelopen dagen als onze broer gedragen. Hij zorgde voor ontbijt en avondeten en vergezelde ons tijdens een partijtje kaarten. Eigenlijk beschouwen we hem echt als onze broer en dat is echt wel fijn. Hijzelf genoot van de rust, want nu kon hij volleyballen tot het donker werd. Hoe zou je zelf zijn als je ouders van huis waren?! :-) in de namiddag zat ik nog wat te lezen in een boek terwijl de leerlingen volop aan het trainen waren voor de wedstrijd tegen Endallah en ik vond het amusant om te zien. Ze deden rare oefeningen, keken eens op om te lachen en kwamen ook een praatje maken. Marlies zat ondertussen wat verder weg om te bellen met haar familie en toen ze terugkwam, vertelde ze me dat ze een briefje had gekregen van een andere leerling uit Form 4. Eigenlijk kwam deze brief er op neer dat ook deze leerling nodig had om naar te school te kunnen blijven gaan. Hij wordt namelijk geregeld naar huis gestuurd, omdat hij nog steeds niets betaald heeft. Weer heb ik hetzelfde knagende gevoel en wacht ik op een goed rustig moment om de leerling hierover aan te spreken. Ik wil hem vast en zeker geen valse hoop geven. Tijdens het avondeten kreeg ik zelf als verrassing toch telefoon van mijn familie. Normaal gezien gingen ze niet thuis zijn, maar ik vond het geweldig dat ze bij wijze van verrassing toch hebben gebeld. Het weer was niet goed geweest, maar al bij al was het echt wel een fijne dag.

Op donderdagochtend zagen we de zon niet meteen, maar niet gevreesd, het werd uiteindelijk nog schitterend weer om in een short en T-shirt te kunnen rondlopen. De naschoolse activiteit op school was anders dan anders, want Emmanuel had zijn generator, dvd-speler en televisie mee naar school genomen. De leerlingen hebben dan enkele uren kunnen genieten van muziekvideo’s en een Japanse film in het Swahili. Ik was meer blij voor hen, want voor ons was er niet zoveel aan. Die avond is Simon wel bij ons komen eten bij wijze van wederdienst. Edwin had heerlijke spaghetti gemaakt.

Gisteren heb ik een hele drukke dag gehad. Het begon met twee uur lesgeven terwijl Joseph even achteraan de klas zat en dan moest ik met Marlies tegen de klok in ons derde reflectieverslag voor Mechelen schrijven. Zoiets met de hand maken blijft toch nog steeds heel veel werk waar we om de twee weken op vloeken. Die namiddag was het tijd voor ons om met de school naar Endallah te gaan voor de revange van volleybal, nettibal en voetbal. Het plan was om vanaf 13uur met een auto op en af te rijden om alle leerkrachten en leerlingen tot daar te krijgen, maar om 15uur was het eigenlijk al duidelijk dat er geen auto ging komen, dus zijn we te voet met ons heel hebben en houden, op sleffers en in een brandende zon naar Endallah gewandeld. Het was eigenlijk een toffe wandeling, maar 8km in een brandende zon bleek toch zwaar te zijn. Op een tweetal km van Endallah kwam er toch uiteindelijk een auto aan en werd het een hilarische rit tot Endallah. Ik heb nog nooit een auto zo vol geweten met zoveel kinderen op het dak die dan nog vrolijk konden zingen ook. Ik zat echt met de grootste glimlach van de hele wereld in de auto en genoot van dit echte Afrikaanse moment. De leerlinge op mijn schoot vond het ook heel grappig. Aangekomen in Endallah begon het gewoonweg te regenen, de volleybalwedstrijd is mooi gelijkstand gebleven. Na even schuilen onder een boom was de regen weer voorbij en konden we genieten van een spannende voetbalwedstrijd en een agressieve wedstrijd nettibal tussen meisjes. We hebben ze alletwee gewonnen en ik was echt verbaasd door het Afrikaanse enthousiasme en de mega vreugde die er nadien heerste. Ik ben de leerlingen ook verschillende keren gaan feliciteren met de speciale handdruk en Christoper kreeg zelfs een knuffel voor zijn winnende goal. Ik merkte nu echt dat we een goede band hebben met de leerlingen en voel me nu helemaal ingeburgerd. Het was heel plezant en zalig! Doordat ik nog eens een fysieke inspanning heb gedaan, lag ik al om 21u te slapen in het zachte bed van John.

Deze ochtend regende het nog steeds en nu weet ik echt wel zeker dat het regenseizoen gestart is. John bracht ons met zijn jeep naar Karatu met het nodige geslip. Ik vrees eigenlijk dat we een tijdje slecht weer gaan hebben, hoewel het ondertussen alweer droog is en niet echt koud. Dat het dan in april en mei maar weer volop zon is! Dit weekend dus weer in Karatu om te genieten van elektriciteit, internet en hopelijk een warme douche. Om af te sluiten doe ik met een kleine gedachtekronkel, het is een fragment uit het boek ‘Holy Cow’ van Sara McDonald dat me al een tijdje bezighoudt. Door een stad als Arusha moest ik er weer aan denken en daarom vond ik het gepast om op het einde van dit blogbericht te plaatsen. Het is een vraag die ik mezelf stel als ik denk aan mijn terugkomst in juni.

“Er zijn zelfs momenten waarop ik echt geniet van wat er met me gebeurt. Ik vind het heerlijk, de kalmte, de zelfbeheersing, de zelfdiscipline en de rust. De buitenwereld lijkt afschrikwekkend, hard, luidruchtig en lelijk; kan ik in die gekte daarbuiten deze innerlijke rust wel bewaren?”

Geen opmerkingen:

Een reactie posten