zaterdag 26 maart 2011

Drukke werkdagen in pole pole Tanzania? Yes, I can! :-)

Na mijn vorig blogbericht zijn we jammer genoeg geen fris pintje in de mooie tuin gaan drinken, want er kwamen wel hele donkere wolken naar ons toe. We zijn dan maar teruggewandeld naar de guesthouse. Dat weekend logeerden er ook twee Vlamingen in Karatu. Bram is één van de vele zotten die hier is blijven plakken in Tanzania. Bijna elke keer dat we een Vlaming zien, is het iemand die er voor gekozen heeft om zoveel mogelijk tijd door te brengen in Tanzania. Maak jullie echter niet te veel zorgen, want dat ik terugkom in juni is een zekerheid! Die avond hebben we onszelf eigenlijk echt hard verwend met wat chips en een leuke film. We zagen de film “Take the Lead” en het voelde aan om even van de wereld te zijn. Ik was helemaal vergeten dat ik in Tanzania zat en voelde me meer op mijn kamer thuis. Het was ook slecht weer die dag, dus België was vrij dichtbij. Het was al middernacht toen we gingen slapen en hier is dat echt al heel laat. Het was echt een super fijne avond!

Op zondagochtend werd ik echter ziek wakker met het geluid van regen op ons dak. Na een ontbijt en een warme (!) douche ging het met mij iets beter, maar het begon wel pijpenstelen te regenen. We kozen er dan ook gewoon weer doodleuk voor om een ander filmpje te zien, deze keer was het de “kaskraker” ‘Mean Girls’. De film toverde een glimlach op mijn gezicht en deed het misselijk gevoel wat wegvloeien. Die dag niet veel anders gedaan dan luieren, een uurtje internet, inpakken en veel buikpijn hebben. We hadden ook weer pech met de auto, want er was geen daladala naar Getamock beschikbaar. De ober had er echter voor gezorgd dat we meekonden met de daladala naar Endallah en als we extra betaalden dan reed hij door naar Getamock. Je zou denken ‘zo gezegd, zo gedaan’, maar het is en blijft Afrika. Na dat we de mensen in Endallah hadden afgezet, viel de auto na 10 minuten stil. We hebben zowat een uur stilgestaan en het was weer heel typisch, want bibi was ziek. De wet van Murphy is er niets tegen! In Getamock zagen we dan eindelijk Mama Walter en de chairman terug, maar voor mij werd dat blij weerzien wat overschaduwd door mijn ziekelijk gevoel. Na wat te wenen, te rusten op bed en een telefoontje met het thuisfront, ging het echter beter en ging ik bij Mama Walter zitten. Zij had echt een super verrassing voor ons, ze had voor ons een armband als souvenir gekocht in Loliondo en die draag ik nu elke dag met veel liefde. Het is echt een schat van een vrouw! Wel een beetje zielig voor Edwin, want voor haar eigen zoon had ze niets bij. Ben dan maar op tijd, met nog wat buikpijn, in bed gekropen, hopende dat het de volgende dag voorbij was.

Op maandag ben ik echter moeten thuisblijven van school, want ik was nog veel te slap. Zo’n dagje in bed doorbrengen deed eigenlijk wel deugd, al was het een beetje dubbel, omdat het buiten echt goed weer was. Toen Marlies me kwam bezoeken, vertelde ze me dat Emmanuel ook afwezig was. Omdat we die dag startten met de schoolcompetitie, kleedde ik me aan om het wat te gaan organiseren. Het zonnetje deed deugd en het was ook fijn om te zien dat de leerlingen genoten van de wedstrijden. Op weg naar huis (lees: het voetbalveld oversteken) passeerde Joseph ons en hij vertelde dat er grote enveloppen uit België op ons lagen te wachten. We begonnen spontaan wat te huppelen, lachen en vooral sneller te wandelen. Zowel Marlies als ik hadden een grote envelop (lees: voor mij een plastic zak, want de envelop was volledig opengescheurd) van onze lieve mama’s met verschillende tijdschriften en een lief briefje. Ik was echt super verrast, ik had het nooit verwacht. Verder hadden we ook alle twee een brief van Roger met een deel van een cursus om Swahili te leren. Dat was dan weer een leuke, maar vooral handige verrassing. Ben echt met een super gelukkig gevoel gaan slapen.

Dinsdag was het de eerste drukke werkdag in Getamock. Hij startte al vroeg, want deze week ben ik ‘Teacher on Duty’ en dat betekent vroeger naar school gaan. Ik startte meteen met het typen van minstens 70 testen op een oude typemachine. Door middel van een carbonpapier kon ik toch elke keer twee papieren typen, maar als ik dan bedenk dat je het in België één keer typt en dan onder een kopieermachine kan leggen, vond ik het eerder grappig. Het was echt vermoeiend, maar tegelijkertijd super leuk. Ik zie het mij ooit nog wel eens doen. Tussendoor gaf ik ook mijn vervangles en kregen de leerling van Form 3 een grote herhalingsoefening om de test van de volgende dag te kunnen voorbereiden. Bij al dat typen kwam dus ook nog de verbetering van een 70-tal schriften. Als dat nog niet genoeg was, gaf ik tot 18u bijles voor de leerlingen die wilden, in plaats van te genieten van de schoolcompetitie en het zonnetje. Ik vond het echter allemaal meer leuk dan erg. De eerste lange drukke werkdag was een feit! Het is dan ook niet te verwonderen dat ik als een blok in slaap viel.

Woensdagochtend opnieuw vroeg uit bed als TOD en aangekomen op school haastte ik me om nog snel enkele exemplaren te typen. Mijn collega’s vonden het hilarisch om me weer zo te zien typen en me weer zo druk bezig te zien. Ze zijn dat hier echt niet gewoon. Na mid morning breakfast was het twee uur test in Form 4 en dan meteen twee uur in Form 3. Marlies hielp me bij het schrijven van de vragen op het bord voor Form 4 en hield me vooral gezelschap tijdens het toezicht houden. Mijn inspanning van al dat typen heeft niet echt geloond. De leerlingen waren plots met 82, waardoor ik te weinig exemplaren had en ik zag meteen dat velen een slecht resultaat gingen behalen. Met dat van het leerlingenaantal kon ik enorm hard lachen, maar het idee van zeer slechte resultaten gaf me meteen een zeer lastig gevoel. Ik wist niet goed wat te denken. Tijdens de lunchtijd heb ik de testen dan ook ver weg in een schuif gelegd en genoot ik deze keer wel van de zon en de schoolcompetitie. Met het idee dat ik morgen meer dan 120 testen moest verbeteren, kroop ik slim op tijd in bed.

Donderdagochtend was er veel mist, maar zo koppig als ik ben, trok ik toch een rokje, sleffers en een T-shirt aan. Ik dacht dat de zon er wel weer hevig ging doorkomen. Later die dag ben ik echter mijn outfit gaan omwisselen voor schoenen, een lange broek en een vest. Ik ben een fris weertje al niet meer gewoon, dus vraag me niet of ik het in België ga aankunnen. Het lijkt me tot nu toe nog een groot raadsel. Zoals verwacht, waren de resultaat van Form 3 veruit slecht, maar daar moet ik bijzeggen in Belgische normen. In België hadden ongeveer 50 leerlingen gebuisd geweest en dat riep verschillende gevoelens bij me op, ik was enerzijds kwaad, ontgoocheld, gefrustreerd en anderzijds stelde ik me veel vragen over mezelf en de leerlingen. Trouwens, als je hier in Tanzania woont, moet je maar 20% halen om een D te hebben (dit betekent geslaagd te zijn). 13 leerlingen hadden toch zo slecht gescoord dat ze een F (gebuisd dus) behaalden. Echte slimme koppen zullen het nooit worden, maar daar zijn verschillende redenen voor. Ik heb op het einde van die dag dan ook proberen praten met die leerlingen, maar zoals jullie al weten, is die communicatie niet echt vlot. Ik vlieg er maandag meteen in met die verbetering en blijf duizend keer herhalen dat ze altijd om hulp mogen vragen. Na schooltijd, dus wanneer de anderen weer genoten van de schoolcompetitie, begon ik aan de verbetering van de testen van Form 4. Dit was leuker om twee redenen; ze waren eerst en vooral ‘maar’ met 41 leerlingen en anderzijds hadden ze gewoon veel betere resultaten. Ongeveer 10 leerlingen hadden minder dan 50% en 3 van hen hadden een F. Ik was echt super blij met deze resultaten, want zij moeten in mei nationale examens afleggen. Zij zijn echt gebrand op goeie resultaten en willen er helemaal voor gaan. Dit is de droom van alle leerkrachten! Tijdens het verbeteren moesten de leerlingen weer in formatie gaan staan van Joseph, terwijl de meisjes eigenlijk nog bezig waren met hun voetbalwedstrijd. Ik ging ook even buitenstaan om te kijken wat hij te vertellen had. Het was echter een beetje zielig om te zien, hij gaf in het Engels een preek dat de leerlingen meer in het Engels moeten praten en dergelijke, maar 80% van de leerlingen stonden half gedraaid verder te kijken naar de wedstrijd. Ik kon zelf mijn lach niet inhouden bij dit tafereel en lachte dan ook guitig naar de leerlingen van Form 4. Wanneer hij dan zei dat terug weg konden, liepen ze natuurlijk snel terug naar de wedstrijd en ging ik door met verbeteren. Zelfs op school voel ik me al helemaal thuis.

Vrijdagochtend was er een hele dichte mist en zocht ik dus om half 8 ’s morgens mijn weg naar school. Normaal kan ik de school zien aan de overkant van het voetbalveld, maar dat zat er vandaag niet in. Slimmer als gisteren deed ik dus die lange broek en vest weer aan. Aangekomen op school schoot ik meteen weer in actie, want ik moest mijn puntenlijst van Form 4 afhebben tegen 8uur. Dit alles was natuurlijk weer met pen en papier, de good old fashion way. De testen uitdelen probeer ik deze keer eens zelf en natuurlijk maakte ik de ene fout na de andere. Man man, die Afrikaanse namen en klanken zijn nog altijd niet echt aan mij besteed. Het was echter weer een vrolijke manier om de dag te beginnen. Na wat vragen op te lossen met de leerlingen, genoot ik van de rust. Ik heb die dag dan uiteindelijk niet veel meer gedaan. Het belangrijkste is dat de zon er enorm stevig is doorgekomen, ik schoot dan ook meteen in mijn sleffers, short en topje. Ik waste mijn lading ondergoed die dan konden gaan drogen in dit stralende zonnetje. Ik heb met Marlies, net zoals bijna elke dag, nog enkele keren het spelletje Backgammon gespeeld in het zonnetje en hielp daarna wat leerlingen met een test van chemie. Het zat allemaal ver weg, maar het kwam wel terug. Ik gaf ook de test aan een jongen terug uit Form 3 die er de dag ervoor niet was en ik zag aan zijn gezicht dat hij teleurgesteld was met zijn resultaat. Ik had medelijden met hem en benadrukte hem nog eens dat hij altijd welkom is voor hulp tijdens het studeren. Ik hoop echt dat hij het tegen volgende keer doet, want hij lijkt me echt een goede student. Voor de rest van de dag, ben ik naar de wedstrijd nettibal van de meisjes gaan kijken, wat trouwens echt een contactsport blijkt te zijn en nadien ben ik goed gaan lachen met de voetbalwedstrijd tussen Form 3 en 1. De jongens van Form 3 wonnen uiteindelijk met 14-0! Ook gisteren hadden we weer post en deze had ik een lange, zeer toffe brief van Leentje. Met een gelukzalig gevoel heb ik mijn haren gewassen en met een fris koppeke nog wat in de tijdschriften liggen lezen. Het leven kan hier soms toch zalig rustig zijn.

Een les die ik deze week heb geleerd, luidt als volgt: wees blij met alles dat je hebt en krijgt, maar leg het soms eens aan de kant. In België hebben we zoveel hulpmiddelen voor handen, dat we vaak vergeten dit enorm hard te appreciëren. Ik vind ook dat we allemaal wat vaker de Afrikaanse creativiteit en vindingrijkheid moeten opzoeken. Ik ben dit deze week nog meer gaan appreciëren en hoop het  in juni mee naar huis te nemen. Daarom zeg ik jullie nu al en druk ik het op jullie hart, vergeet nooit ‘Less is more’. De eenvoud van de mensen, de materialen en eigenlijk het hele leven siert en ik hou ervan.

ENKELE LEUKE WEETJES:
- hier in Tanzania moet je goed opletten als je auto door een plas rijdt, want ik heb zelf al mogen ervaren dat je voeten dan nat kunnen worden. Ook bij hevige regen sijpelt het water vanuit het dak wel eens naar beneden.

- na al die weken zijn Marlies en ik nog steeds een attractie, de kleine kindjes blijven ons aangapen en proberen ons aan te raken. Overlaatst nog in het internetcafé voelde ik plots een hand in mijn haar, want de vrouw wilde graag weten hoe het aanvoelde. Je er niet aan ergeren en er vooral mee kunnen lachen is de boodschap.

- de Tanzanianen zijn als hamsters: de leerkrachten bijvoorbeeld hamsteren alle balpennen die ze tegenkomen in hun zakken. Mijn pennenzak is dan ook nog maar halfvol.

- over het algemeen zijn ze hier heel pole pole, maar ik schrok nogal tijdens het kaarten. Als ik met de leerkrachten een spelletje speel, moet het allemaal snel snel gaan, hun beurt afwachten is dan ook vaak een probleem.

- net zoals in België haal ik wel eens domme dingen uit en waag ik me wel eens aan een verspreking: tijdens een voetbalmatch wilde ik iets zeggen over een jonge student en zei ik tegen Marlies: “Uwe mooie heeft vandaag weer steve tijpels”. Aurora, misschien is dit eentje voor het uitsprakenboek in het KVT?

- Marlies is eigenlijk ook maar een klungel gelijk ik, ze is al verschillende keren met haar slaapkop ergens tegengelopen, maar deze week liet ze me toch even schrikken, ze liep achter mij het trapje af, maar toen ik me omdraaide, hing/viel ze in een vrij bizarre houding op/van het trapje. We zijn soms wel aan elkaar gewaagd.

- kort en bondig: ik heb zowat 70% van de dag HONGER! 

- als de Afrikanen hier nog maar een zuchtje wind voelen, trekken ze meteen hun dikke jas aan

- Marlies en ik zijn ook goed in het bedenken van bijnamen. Enkele voorbeelden: mijne mentor, uwe mentor, onze vriend bij de leerkrachten, onze vriend bij de leerlingen, den oude, de grote broer, onze broer, ons mama, ons papa, ons vriendin, de zuur moef, mijne mooie, uwe mooie, de grappige gehandicapte … Voor Joseph bedenken we bijna elke dag een andere, want hij heeft nogal een dubbel karakter: de kolonel, spast, worst, den baas … Het zijn allemaal schatten van mensen, maar je kan toch moeilijk hun namen gebruiken als je gewoon iets simpel wil vertellen tegen elkaar. Hier gaan dan ook geen kwade bedoelingen mee gepaard, het is gewoon leuk om wat karaktertrekjes van iedereen vast te leggen.

- een tijd geleden kreeg onze daladala een boete, de politie hield ons tegen en ze vonden 23 mensen in 1 auto toch een beetje te veel van het goede. Een boete van 10euro was dan ook het gevolg. 

- ons avondeten is altijd gemaakt met coconut cream en bestaat voor zeker 60% uit pure cooking oil. Vettig, maar smakelijk boeltje dus!

- om even duidelijk te maken hoe slecht hun Engels is, hier de boodschap van de Second Headmaster, de man die normaal het best Engels kan: “After being having a lunch we shall be having a short meeting.” Laat dat maar gewoon voor zich spreken…

Voila, dat is weer wat leesvoer voor jullie, maak nog veel plezier in België en tot volgende week!

zaterdag 19 maart 2011

Lekker eten, wat werken, veel genieten en de start van het regenseizoen!

Het is al twee weken geleden dat ik nog iets gepost heb, dus hou jullie vast voor een enorm lang verslag. Hopelijk houden jullie het vol tot het einde van mijn verhaal.

Twee weken geleden hebben we jammer genoeg in de guesthouse niet kunnen genieten van een warme douche, het is dan maar een koude geworden. Maar je zo makkelijk kunnen inzepen van kop tot teen blijft deugd doen. We zijn die middag ook nog eventjes naar het internetcafé geweest en zijn toen gaan kijken naar welke lodges we gaan tijdens de safari. Ze zien er echt super chique uit en ik denk dat ik echt overrompeld ga zijn door al die luxe na 2,5 maanden Getamock. Ik kijk er echt enorm naar uit! Het is hier zeker en vast een levenservaring en ook de lodges zullen een once-in-a-lifetime avontuur worden! Dat worden foto’s om U tegen te zeggen. :-)  Met dit nog in onze gedachten gingen we natuurlijk weer een koud pintje drinken, maakten we onze zak en stonden we weer paraat voor het raam om op de daladala te wachten. De ober kwam echter zeggen dat er geen kwam vandaag, dus dat er een dure taxi onderweg was. Iets is beter als niets, dus we genoten van de ruimte die we hadden in deze auto. Aangekomen in Getamock ontmoetten we Issa (de vriend van Joke) die ons goed nieuws vertelde, Joke stelde namelijk voor dat we volgend weekend in Arusha bij haar mochten blijven slapen. Dat was natuurlijk een aanbod dat we niet konden weigeren.

Die nacht heeft het hevig geregend, maar maandagochtend maakten we het spreekwoord “na regen komt zonneschijn” wel heel letterlijk mee. Het werd dus weer een dagje genieten van de zon, wat lesgeven en kennismaken met vier nieuwe leerkrachten. Het doet wel raar om ineens zoveel nieuwe mensen in onze lerarenkamer te hebben, maar aan de andere kant is het een leuke afwisseling. Vooraleer we naar huis gingen, hebben we nog een boekenrek in elkaar gezet in de lerarenkamer. Mannen en techniek gaan hier niet echt samen, dus zonder onze assistentie had het hen nooit gelukt. Die avond nog even genoten van een mega prachtige zonsondergang à la Lion King, met een boek in mijn hand en er was weer een dagje voorbij.

Op dinsdag moeten we nooit lesgeven, dus houden we ons rustig bezig met een boekje, een spelletje, genieten van het mooie uitzicht en wat luieren. We kregen die dag eindelijk de schoolkalender van dit semester te zien, kreeg ik te horen dat ik mee verantwoordelijk was voor ‘sports and games’ en dat ik ‘head of department’ ben voor biologie. Binnenkort (21/03-25/03) zal ik ook samen met Dawite ‘Teacher On Duty’ zijn. Op zich niet veel speciaals, alhoewel ik vroeger op school aanwezig moet zijn en op het einde van de week administratief werk moet verrichten. Die pole pole gaat me wel goed af :-)

Woensdagochtend kregen we een smsje van Jorien dat ons deed watertanden. Ze hadden een McDonalds (in Tanzania McMoody’s genaamd) gevonden in Arusha en daar wilden we dan natuurlijk graag gaan middageten. Het dagje Arusha begint meer en meer te lijken op een dag naar ’t stad in België. ’s Middags McDonalds en ’s avonds pizza; heerlijk! Natuurlijk moest er vandaag weer les gegeven worden en net als in België gaat dat niet altijd even vlot. De leerlingen waren er niet echt bij die dag, maar laten we dat maar even op de sleur van het schoolwerk steken. De naschoolse activiteit die dag was wel enorm hilarisch en tof, er was een voetbalwedstrijd tussen de studenten en de leerkrachten. Marlies en ik stonden als trouwe supporters aan de kant en zagen zo alle vrolijke taferelen. De scheidsrechter was een papzak die altijd enkele meters verder stond, de regels niet kende en liever had dat het snel voorbij was. Joseph (second headmaster) voetbalde in een lange keepersbroek met zijn botinnen eronder, liep als een kleutertje en raakte de bal zowat nooit. Duwen en in de weg lopen is natuurlijk ook altijd een manier. Het is dan ook niet echt raar om te weten dat we verloren zijn, maar we hadden toch weer een leutige namiddag.

Donderdag was wel een hele, volle, leuke dag, want we hebben weer enkele nieuwe dingen geprobeerd. Als mid morning breakfast krijgen de leerkrachten altijd thee en chapati (een soort pannenkoek), maar we hadden al snel door dat de leerlingen een andere ‘lekkernij’ kregen. Vandaag gingen we dat testen, de leerlingen krijgen eigenlijk een soort van deeg (bloem met water), genaamd porridge. We hebben zelf een volle tas van de kokkin gekregen en na één lepel had ik al door dat het niet echt iets voor mij was. Het voelde eerder aan als een laag cement op mijn maag, desondanks de grote hoeveelheid toegevoegde suiker. In de keuken zelf begonnen mijn ogen te tranen van de rook (wat natuurlijk gevolgd werd door het gelach van de leerlingen), dus bracht een leerling ons naar het kotje ernaast waar de watervoorraad staat. Daar probeerde ik verder met de leerlingen wat van de porridge te eten. Het was eigenlijk heel leuk om zo bij de leerlingen staan en ik denk dat we het wel vaker zullen doen, maar ik denk niet dat ik dan nog porridge zal eten. Iets later kwam ook Joseph kijken hoe het met ons was, maar eerst moest hij toch weer de leerlingen op hun plaats zetten. Blijkbaar mag je helemaal niet staan in dat kamertje van de watervoorraad. Als een gestraft klein kindje volgde ik de leerlingen met Joseph op kop weer naar buiten. Ik vond het wel grappig en de leerlingen stonden er ook weer met een grote glimlach. Ondertussen zocht ik een manier om mijn tas porridge leeg te krijgen. Toen ik enkele leerlingen het onderste van de pot (een oude olieton) zag leegschrapen, merkte ik dat Peter (een student uit form 3) geen nieuwe portie kon krijgen. Dit was mijn kans! Ik vroeg of hij nog honger had en natuurlijk zei hij ‘ja’, waardoor ik mijn tas leeg kapte in zijn kommetje. Heel geniepig ben ik dus van mijn porridge afgeraakt. De kokkin gaf ons daarna een  mandazi (een koude zoete smoutebol) om te proeven en dat vond ik wel heel heerlijk. Ik ben blij dat ik dus mijn mid morning breakfast goed heb kunnen afronden. De leerlingen kunnen zelf een mandazi of bananen kopen aan een lage prijs.  Voor de rest van die dag heb ik vooral veel zitten kaarten met de nieuwe leerkrachten en op deze manier leer je die ook weer op een toffe manier kennen. Die avond zijn we bij Simon (een jonge, toffe leerkracht) gaan eten en hij had echt super lekker gekookt. In het begin rook het al lekker en merkten we dat het kip met frietjes ging worden. Tussendoor kreeg ik eerst nog telefoon van Jan en na dit leuk gesprekje kon ik eindelijk genieten van het heerlijke eten. Ik vond het echt zalig! Nadat hij ons als een echte gentleman naar huis was gewandeld in het felle licht van de prachtige maan, zijn we met een enorm goed gevulde maag gaan slapen. Stiekem droomde ik ’s nachts nog steeds van de frietjes met kip.

Vrijdag was een mega chillie willie dag, want alleen de eerste twee uren moet ik lesgeven. We hebben die dag vooral gevuld met onszelf voor te bereiden op een weekendje Arusha. Haren wassen, benen scheren, een outfit kiezen, onze zak pakken en vooral veel hardop dromen. Over deze dag heb ik niet veel meer te zeggen, we zijn dan ook gewoon met veel kriebels gaan slapen.

Zaterdag 12 maart werd een Westerse dag op zijn Tanzaniaans. ’s Morgens met Tesha de daladala naar Karatu genomen om vervolgens in een minibus te stappen, richting Arusha. Het was een lange, warme rit met zelfs een gratis safari aan de kant van de weg (giraffen, zebra’s, …). Aangekomen op het zeer drukke busplein, zagen we al snel drie blanke meisjes in de menigte. Jorien, Ellen en Elena zijn drie studenten uit Lier die in Arusha werken als vroedvrouw. We hadden ze nog maar één keertje ontmoet in Mechelen, maar eigenlijk leek het meer op een blij weerzien tussen vriendinnen. Tesha ging zijn eigen weg en wij natuurlijk meteen naar McMoody’s. Onderweg moest ik wel eerst heel hard wennen aan de drukte van alle auto’s en mensen. Ik schrok er zelf van dat ik dit echt niet meer gewoon was, ik miste de heerlijke natuurlucht van Getamock en de rust die me dat geeft. Aangekomen bij McMoody’s was het al snel duidelijk dat dit al een tijdje gesloten was, dus een beetje teleurgesteld gingen we op zoek naar een andere plek om een hamburger te eten. Uiteindelijk een leuk restaurant gevonden waar ik voor de eerste keer genoot van samosa (driehoek van bladerdeeg met vlees en groentjes) en natuurlijk een koude cola. Na een inval van Koreanen (of toch iets Aziatisch) en de afwezigheid van ijs in deze plek, vertrokken we weer. Jorien had ons verteld over Shoprite, een zeer grote supermarkt. Onderweg naar dit ‘evenement’ gingen we op zoek naar een plek met ijs. We liepen door de straten van Arusha als echte kakelende kippen en daardoor vergaten we ook uit te kijken naar een plek met ijs. Het was echter leuk om met leeftijdsgenoten ervaringen uit te delen en nog eens goed snel in het Vlaams te kunnen praten en zo bezochten we ook kort hun stageplaats (een klein ziekenhuis). Aangekomen in Shoprite waren Marlies en ik echt verbaasd zoals een klein kindje in het pretpark. In Getamock heb je zowat niets en aan deze supermarkt kan zelfs onze Colruyt niet tippen. Ik zag overal dingen waarvan ik schrok dat ze dat in Tanzania kenden. Toch kon ik me bedwingen en kocht ik alleen koud drinken en een ijsje. Dit hebben we op de parking opgegeten in een heerlijk zonnetje. Eigenlijk was het wel een gek gevoel om op een parking te zitten in zo’n drukke stad, want dat was ondertussen toch weer een hele tijd geleden. Daarna was het tijd om naar de ‘clock tower’ (een rond punt met een klok in het midden) te gaan. Onderweg botsten we nog op een stoet die meer leek op carnaval in België, maar eigenlijk waren het mensen (ik denk hindoes) die de 100ste verjaardag van een man vierden. Het was weer leutig om te zien en ik zag zelf een kever die me enorm aan Jan moest doen denken. Schat, als je dit leest, nog veel succes met het werken aan je kever! Joke kwam dan ook uiteindelijk aanrijden op een brommer en ze nam ons mee naar de pizzeria. Dit bleek een rustige tuin te zijn, afgeschermd van de drukte van Arusha en natuurlijk een heerlijke pizza en koud bier. Tesha was er ondertussen ook weer bij, dus we zaten daar met een vrij groot groepje te genieten. We hadden echt een super fijne dag, maar het was jammer genoeg tijd om te vertrekken naar Jokes huis. We spraken nog snel af met Jorien, Ellen en Elena om op 2 april mee de verjaardag van Ellen te komen vieren. Dat wordt alweer een weekend om naar uit te kijken. Onze rit naar het huis van Joke werd ook weer een avontuur, van Arusha tot Usa River zaten we in een laadbak van een truck, die mijn lichtgrijze short weer helemaal zwart maakte en in Usa River namen we een taxi over hobbelende wegen. Joke heeft echt een heel mooi, gezellig huis, maar omdat de generator heel duur is, verlicht ze haar huis met kaarslicht. Dit had iets heel romantisch. Ik heb er dan genoten van een warme (!) douche met kaarslicht en uiteindelijk hebben we nog zitten babbelen tot half 1 ’s nachts. Nachtraaf Mampaey begint hier wat te verdwijnen, dus ik weet niet goed of ik in juni meteen kan meedraaien in het feestritme van de Rupelstreek, we’ll see! :-)

Na een heerlijke nacht in een zacht bed, had Joke een rijkelijk ontbijt voorzien. Ik genoot er van een croque monsieur mét mayonaise, heerlijk vers fruit dat je in België niet kan vinden, een simpel sneetje kaas en chocoladekoekjes. Dit was echt hemel op aarde! Jammer genoeg is kaas hier vrij duur en hebben we geen ijskast, want anders zou ik me toch eens wagen in de keuken van Mama Walter. De rit naar Karatu was echt super vermoeiend. Even een opsomming van de vervoersmiddelen die we nodig hadden: laadbak van de jeep van Joke, een minibusje, nog een minibusje, een wandeling door de achterbuurt van Arusha met Tesha, dan een iets groter busje tot in Karatu. Ik kan jullie beloven dat het echt heel vermoeiend was en dat ik ontzettend blij was om uit te stappen in Karatu. Hierdoor had ik vorige week ook maar één uurtje op internet en is het dus deze keer zo’n lang verslag. In het internetcafé toonde ik me ook weer van mijn beste kant door in het Vlaams te klagen over het feit dat ik niet meteen op de computer kon en dat er precies een heel blank gezin de computers inpalmde. Oepsie, bleek het om Nederlanders te gaan. Het was een zotte kerel dat met zijn fiets van Nairobi tot hier is gekomen. Gelukkig was het ook een vriendelijke man, want hij kon er wel mee lachen. We dachten dat we onze portie vermoeiende ritjes voor vandaag wel hadden gehad, maar onze daladala naar Getamock had ook zijn kuren vandaag. Eerst zit hij ons op te jagen omdat hij wil vertrekken, dan staat hij zelf nog een lange tijd stil in Karatu, nadien gaat hij in slakkengang naar Getamock terwijl er een jongen van 4 jaar op mijn schoot in slaap was gevallen. Onderweg raakten we één keer een berg niet op, wat uiteindelijk wel gelukt is en meer op het einde viel hij gewoon stil. We moesten dan ook uitstappen, waarop de daladala terug naar achter bolde om hopelijk in gang te schieten. Het was echt super komisch, om een auto op goed geluk naar beneden te zien bollen en eigenlijk te hopen dat hij weer naar boven geraakte of hij zat tegen een boom. Eigenlijk wilden we gewoon te voet verder gaan, maar toen hij dan weer in gang schoot, vond ik het zo hilarisch dat ik toch maar terug instapte. We zijn dan ook uiteindelijk vlak voor onze deur afgezet, eind goed al goed. Toen we ’s avonds in het gras genoten van de rust van Getamock met een boek en mooie zonsondergang, hadden we een gesprekje met een leerling uit Form 4. Hij vertelde ons over zijn benarde thuissituatie, zijn vader is een dronkaard die zijn gezin in de steek liet, zijn moeder moet enorm hard werken om de touwtjes aan elkaar te kunnen knopen en in januari verloor hij een broer aan een ziekte. Zelf is hij wel een heel goede student die hoopt ooit dokter te worden. Naar school gaan kost echter enorm veel geld in Tanzania en zeker in het vierde jaar. Het kwam er dus op neer dat hij hoopte dat wij zijn studies en examengeld konden betalen. Ik heb hem eerlijk gezegd dat we dat niet kunnen doen, omdat we het geld niet hebben en ik niet kan selecteren tussen zo’n hele bende leerlingen. We hebben hem op het hart gedrukt dat we hier zijn om hen te helpen studeren en dat hij altijd welkom is om uitleg te vragen, maar veel meer kunnen we niet geven. Mijn hart zegt echter om mijn spaarrekening leeg te maken en iedereen hier geld te geven. Al een geluk heb ik mijn verstand nog dat me probeert wat rustig te houden. Het is echter niet gemakkelijk en het knaagt eigenlijk nog steeds aan mij. Ik probeer er nu gewoon voor hen en voor mij een heel leerrijke en toffe tijd van te maken. Na een heerlijk weekend en een klein dubbel gevoel zijn we dan in bed gekropen.

Op maandag begon de werkweek weer met twee uurtjes les. Emmanuel en ik hebben zitten nadenken over de schoolcompetitie die we willen houden en hij hoopt dat wij meisjesploegen vinden voor voetbal. Het is een missie die we graag willen volbrengen. Ben die dag ook vrijwel meteen begonnen met het opstellen van een kalender van de competitie, want ik vind dat een hele toffe bijkomende taak. Veel meer is er niet gebeurd.

Dinsdag is onze vrije dag, maar luieren was er deze keer niet echt bij. Ben een paar uur naar school gegaan om de kalender voor de schoolcompetitie af te werken, maar nadien was het tijd om mijn volle linnen zak proper te maken. Het is een lange wasbeurt geworden, met de hand natuurlijk, in een brandende zon, waarbij ik mijn lichtgrijze short wonder boven wonder weer proper heb gekregen. Tegen dat ik het laatste kledingstuk had opgehangen, was mijn kussensloop dat er eerst hing alweer droog. Eigenlijk vind ik het nog wel amusant om zo te wassen en je doet er ondertussen nog een kleurtje mee op. Na de lunch op school had ik een vergadering met Emmanuel en de kapiteins van elke sportploeg. Hier heb ik weer gemerkt dat de communicatie hier niet altijd vlot verloopt. Emmanuel had mijn kalender nagekeken eerder die dag, maar tijdens de vergadering bleek dat de competitie niet gedurende heel het semester moest duren, dus ik kon opnieuw beginnen. Ik vond het zo grappig dat ik met een grote glimlach naar de lerarenkamer ging om het snel snel opnieuw te maken. In België zou ik er niet mee kunnen lachen als iemand me na enkele uren werk pas de echte bedoeling vertelt, maar hier in Tanzania vind ik het amusant. Het was een leuke kleine vergadering. Toen we thuiskwamen na school, had Mama Walter opnieuw een grote verrassing voor ons. We hadden haar vorige week verteld dat we mandazi lekker vonden en kenden uit België; dus ze had een hele lading smoutebollen voor ons gemaakt! Volgens mij heeft ze er echt hard aan moeten werken en ik genoot er dan ook 100% van. Je zag ook aan haar dat ze gelukkig was dat we zo blij waren met deze verrassing. Het is echt een pracht van een madam. Toen het donker werd, hebben ze ook hun generator aangezet en konden we weer genieten van Afrikaans gedans en muziek op een tv. Ik heb haar gevraagd of ze ook een dergelijke dans kunnen tonen als onze papa’s hier aankomen in april. Mama Walter ging het wel regelen. Dan kan ik ook dit dansje leren.

Op woensdag was van het spreek “na regen komt zonneschijn” die voormiddag niet veel te merken. Het had die nacht heel hevig geregend en was ’s morgens nog niet opgeklaard. Een beetje verdrietig vertrok ik dan maar naar school. Woensdag moet ik veel lesgeven en ook deze keer was het hilariteit alom. De krijtjes breken nog steeds af, ik struikel over Engelse vaktermen qua uitspraak en ik schoot dan ook zelf in de slappe lach door mijn onnozelheid. De leerlingen hadden er wel plezier in en de dag vloog weer voorbij. Op school is er verder niet veel gebeurd, behalve dan dat ik mijn kalender heb afgewerkt. Mama Walter en de chairman zijn die ochtend naar Loljondo vertrokken. Omdat ik niet weet of dit nieuws België bereikt, leg ik even uit wat Loljondo is. Dit is een dorp waar een priester zit, die beweert dat het sap van een boom alles te kunnen genezen. Met alles bedoelt hij diabetes, astma, kanker en zelfs aids! Heel Tanzania en de rest van Oost-Afrika zit nu in Loljondo. Het goedje op zich kost maar 500Tsh (25Eurocent), maar een auto huren kost een bom geld en je moet enorm lang aanschuiven. Eigenlijk is het echt een gekke bedoening. Als godsdienstleerkracht vind ik het wel mooi dat er mensen in zoiets geloven en ik denk dat het later een verhaal is dat ik in de les zal gebruiken. Heel Oost-Afrika staat op zijn kop. Vandaag zelfs nog vertelde John ons dat hij een dergelijke boom in Endallah heeft, maar toch is dat niet hetzelfde, want het moet namelijk door die ene priester toegediend worden, want God is tot hem gekomen. Marlies en ik vinden het wel een leutig verhaal. Hopelijk is Mama Walter snel terug, want we missen haar eigenlijk wel. Edwin heeft zich de afgelopen dagen als onze broer gedragen. Hij zorgde voor ontbijt en avondeten en vergezelde ons tijdens een partijtje kaarten. Eigenlijk beschouwen we hem echt als onze broer en dat is echt wel fijn. Hijzelf genoot van de rust, want nu kon hij volleyballen tot het donker werd. Hoe zou je zelf zijn als je ouders van huis waren?! :-) in de namiddag zat ik nog wat te lezen in een boek terwijl de leerlingen volop aan het trainen waren voor de wedstrijd tegen Endallah en ik vond het amusant om te zien. Ze deden rare oefeningen, keken eens op om te lachen en kwamen ook een praatje maken. Marlies zat ondertussen wat verder weg om te bellen met haar familie en toen ze terugkwam, vertelde ze me dat ze een briefje had gekregen van een andere leerling uit Form 4. Eigenlijk kwam deze brief er op neer dat ook deze leerling nodig had om naar te school te kunnen blijven gaan. Hij wordt namelijk geregeld naar huis gestuurd, omdat hij nog steeds niets betaald heeft. Weer heb ik hetzelfde knagende gevoel en wacht ik op een goed rustig moment om de leerling hierover aan te spreken. Ik wil hem vast en zeker geen valse hoop geven. Tijdens het avondeten kreeg ik zelf als verrassing toch telefoon van mijn familie. Normaal gezien gingen ze niet thuis zijn, maar ik vond het geweldig dat ze bij wijze van verrassing toch hebben gebeld. Het weer was niet goed geweest, maar al bij al was het echt wel een fijne dag.

Op donderdagochtend zagen we de zon niet meteen, maar niet gevreesd, het werd uiteindelijk nog schitterend weer om in een short en T-shirt te kunnen rondlopen. De naschoolse activiteit op school was anders dan anders, want Emmanuel had zijn generator, dvd-speler en televisie mee naar school genomen. De leerlingen hebben dan enkele uren kunnen genieten van muziekvideo’s en een Japanse film in het Swahili. Ik was meer blij voor hen, want voor ons was er niet zoveel aan. Die avond is Simon wel bij ons komen eten bij wijze van wederdienst. Edwin had heerlijke spaghetti gemaakt.

Gisteren heb ik een hele drukke dag gehad. Het begon met twee uur lesgeven terwijl Joseph even achteraan de klas zat en dan moest ik met Marlies tegen de klok in ons derde reflectieverslag voor Mechelen schrijven. Zoiets met de hand maken blijft toch nog steeds heel veel werk waar we om de twee weken op vloeken. Die namiddag was het tijd voor ons om met de school naar Endallah te gaan voor de revange van volleybal, nettibal en voetbal. Het plan was om vanaf 13uur met een auto op en af te rijden om alle leerkrachten en leerlingen tot daar te krijgen, maar om 15uur was het eigenlijk al duidelijk dat er geen auto ging komen, dus zijn we te voet met ons heel hebben en houden, op sleffers en in een brandende zon naar Endallah gewandeld. Het was eigenlijk een toffe wandeling, maar 8km in een brandende zon bleek toch zwaar te zijn. Op een tweetal km van Endallah kwam er toch uiteindelijk een auto aan en werd het een hilarische rit tot Endallah. Ik heb nog nooit een auto zo vol geweten met zoveel kinderen op het dak die dan nog vrolijk konden zingen ook. Ik zat echt met de grootste glimlach van de hele wereld in de auto en genoot van dit echte Afrikaanse moment. De leerlinge op mijn schoot vond het ook heel grappig. Aangekomen in Endallah begon het gewoonweg te regenen, de volleybalwedstrijd is mooi gelijkstand gebleven. Na even schuilen onder een boom was de regen weer voorbij en konden we genieten van een spannende voetbalwedstrijd en een agressieve wedstrijd nettibal tussen meisjes. We hebben ze alletwee gewonnen en ik was echt verbaasd door het Afrikaanse enthousiasme en de mega vreugde die er nadien heerste. Ik ben de leerlingen ook verschillende keren gaan feliciteren met de speciale handdruk en Christoper kreeg zelfs een knuffel voor zijn winnende goal. Ik merkte nu echt dat we een goede band hebben met de leerlingen en voel me nu helemaal ingeburgerd. Het was heel plezant en zalig! Doordat ik nog eens een fysieke inspanning heb gedaan, lag ik al om 21u te slapen in het zachte bed van John.

Deze ochtend regende het nog steeds en nu weet ik echt wel zeker dat het regenseizoen gestart is. John bracht ons met zijn jeep naar Karatu met het nodige geslip. Ik vrees eigenlijk dat we een tijdje slecht weer gaan hebben, hoewel het ondertussen alweer droog is en niet echt koud. Dat het dan in april en mei maar weer volop zon is! Dit weekend dus weer in Karatu om te genieten van elektriciteit, internet en hopelijk een warme douche. Om af te sluiten doe ik met een kleine gedachtekronkel, het is een fragment uit het boek ‘Holy Cow’ van Sara McDonald dat me al een tijdje bezighoudt. Door een stad als Arusha moest ik er weer aan denken en daarom vond ik het gepast om op het einde van dit blogbericht te plaatsen. Het is een vraag die ik mezelf stel als ik denk aan mijn terugkomst in juni.

“Er zijn zelfs momenten waarop ik echt geniet van wat er met me gebeurt. Ik vind het heerlijk, de kalmte, de zelfbeheersing, de zelfdiscipline en de rust. De buitenwereld lijkt afschrikwekkend, hard, luidruchtig en lelijk; kan ik in die gekte daarbuiten deze innerlijke rust wel bewaren?”

zaterdag 5 maart 2011

HAKUNA MATATA - Over 3 maanden ben ik al terug!

Vorige week zondag was de rit naar huis met de daladala weer een heel avontuur. Het was zo krap dat ik met mijn benen over elkaar moest zitten en als je weet ‘Leo kuna jotto sana’ (= het is zeer warm vandaag) kun je je inbeelden dat dit vrij ongemakkelijk en oncomfortabel was. Ach, het was weer een leuk weekend dat voorbij is gevlogen en een leuke thuiskomst in Getamock.

Op maandag heb ik lesgegeven in Form 3, maar dat blijft toch nog altijd een beetje moeilijk. Het Engels komt er niet altijd even vlot uit en de leerlingen reageren nauwelijks tot zelfs niet. Ik had vorige week ook de resultaten van hun examens gezien en deze waren uitermate slecht, omdat ik hier ben om hen te helpen, wou ik ook het probleem kennen, dus deed ik het volgende: ik had hen de taak gegeven om in hun werkschrift de volgende zin te vervolledigen “I had a bad/good result on my exam of bioligy, because…”. Nadat ik de 63 (!) werkschriften had gelezen, kreeg ik een boost om goed te gaan lesgeven! De antwoorden waren namelijk vrij negatief tot zelfs dramatisch. Ik dacht dat het enkel een taalprobleem is/was, maar nu besef ik dat ze gewoon een slechte leerkracht hadden. Ze vertelden me dat ze gewoon hele hoofdstukken niet hadden gezien en zelf heb ik ook gezien dat er grote fouten in het opgestelde examen stonden. Ik beloofde hen dat ik een betere leerkracht zal proberen te zijn en hiervoor mijn uiterste best zal doen. Dit is ook iets dat ik voor mezelf af en toe moet herhalen, zodat ik echt weet dat het wel degelijk nuttig is om hier te zijn. Nadien hebben Marlies en ik samen met Christopher (een leerling uit Form 3) Rummikub gespeeld. Van De Vens, ik moest echt ontzettend hard aan jullie denken toen! Spreken we anders nu af om deze zomer vaker een spelletje te spelen op jullie terras en vooral weer veel ijs te eten?

Op dinsdag moeten Marlies en ik allebei geen les geven, dus proberen we eens iets anders te doen dan lessen voor te bereiden en aan een bureau te zitten. We hadden vandaag afgesproken met Tesha, die leerkracht is in de lagere school. Toen we aankwamen in de lagere school van Getamock vertelden ze ons dat Tesha in een andere lagere school werkt, iets verderop. We hadden wel zin in een kleine wandeling, dus een zekere Jimmy begeleidde ons naar de andere lagere school. We merkten al snel dat ‘iets verderop’ voor hen enkele kilometers is, met een tocht van 6km tot gevolg. Het was wel een fijn bezoekje, maar niet om verder over uit te wijden. Jammer genoeg had ik die ochtend geen zonnecrème opgedaan met het idee meestal binnen te zitten en zoals jullie wel kunnen raden, loop ik er nu bij als een kreeft. Zelfs vandaag nog zijn er nog enkele plekken knalrood. Toen ik me die avond ging klaarmaken om naar bed te gaan, zag ik iets roodbruin drijven in onze waterton. Ik ging wat dichter om te kijken en dacht dat het een dikke rat was, dus ik ben meteen Marlies, de chairman en Mama Walter gaan halen en met wat meer licht zagen we dat het een vleermuis was. Het arme beest probeerde er uit te komen, maar iedereen weet wel dat een vleermuis geen waterrat is. Mama Walter was wel super blij dat het arme dier in het water gesukkeld was, want ze vormen hier namelijk een plaag. Ze stak het arme dier in een pot en ik denk niet dat het de ochtend heeft gehaald, maar ach, Mama Walter was gelukkig en dan zijn wij ook gelukkig. Met dit fijn dagje is het ondertussen al maart geworden.

Op woensdag had ik met Marlies een groepsdiscussie gepland in kleine groepjes met Form 4 buiten op de grond in een kringetje (op een dekentje) om te praten over het onderwijs en hun situatie. We hadden stellingen op papieren genoteerd en groene en oranje kaartjes gemaakt. We hoopten op deze manier wat meer informatie te krijgen en vooral het (zelf)vertrouwen van de leerlingen te verhogen. Het is echter niet zo spectaculair uitgedraaid. De leerlingen kunnen echt niet goed genoeg Engels om een discussie/gesprek te houden of zijn gewoon te verlegen. Desondanks dat het een dompertje was, hebben we hen goed op het hart gedrukt om altijd te proberen, dat we altijd klaarstaan om te helpen en dat het ook voor ons nieuw is om voortdurend Engels te praten. Na het laatste groepje kwamen er al meteen twee meisjes naar mij met vragen over biologie, dit vond ik echt superfijn, maar de vragen waren niet altijd even gemakkelijk. Omdat ik tijdens de groepsdiscussies had gemerkt hoe gezellig het daar was, ben ik daar na school terug gaan liggen met een boek. Heerlijk genieten dus! Na deze schooldag gingen we een pintje drinken met de mannen van Getamock. Het deed deugd om zo even te ontspannen en ook later op de avond had ik een mooi vooruitzicht. Die avond kreeg ik namelijk een telefoontje van thuis. Toen Marlies en ik in bed nog even napraatten over de dag had ze nog een leuk nieuwtje. Excaudi had haar verteld dat we na één maand geen toeristen meer zijn, maar echt beschouwd worden als inwoners van Getamock. Als dat geen mooi compliment is!

Over donderdag heb ik niet zoveel te zeggen, omdat we dan hetzelfde met Form 3 gedaan hebben en dat was eigenlijk nog erger, omdat ze nog minder Engels kunnen en nog meer verlegen waren. Ik ben echt blij dat ik kan lesgeven in Form 4, omdat dat een kleinere klasgroep is (lees: 40-tal leerlingen). We zullen wel zien hoe het uitdraait in het derde jaar. Na deze zware schooldag had ik gelukkig een lichtpuntje om naar uit te kijken, vandaag was het namelijk Jan zijn beurt om te bellen. Al snel was er een halfuurtje voorbij en was ik gelukkig om zijn stem nog eens te horen. Hij heeft eigenlijk mijn dag goed gemaakt.

Vrijdag heb ik eens echt lesgegeven in Form 4 en heb me enkele keren belachelijk gemaakt. Mijn krijtje brak voortdurend af, mijn papieren zijn uit het raam gewaaid en ik moest een leerling vragen om de kapotte deur te openen voor mij. Achja, zo krijg je wat sfeer in de klas. De leerlingen vonden het leuk en ik had een fijne les achter de rug. Hierdoor merk ik echt dat ik supergraag leerkracht ben! Daarna was het jammer genoeg tijd om al deze ervaringen in een reflectieverslag te gieten, maar ik ben altijd enorm opgelucht als dat ook weer van de baan is. Na de lunch (lees: weeral rijst met rode bonen) bezochten we met Mama Walter het dispensarium. Het eerste gebouw zag er meteen heel bouwvallig uit en konden we ‘genieten’ van de ‘heerlijke’ urinegeur van vleermuizen. De urine tast het plafond aan, waardoor er scheuren in komen en door zo’n grote scheur in het plafond zagen we zeker een 30-tal vleermuizen. Ik begrijp nu dus echt dat ze hier een plaag vormen. Mijn neus was opgelucht toen we naar het tweede gebouw wandelden, omdat het daar iets of wat beter rook. Het gebouw zag er echter niet veel beter uit. Al een geluk beseft ook Mama Walter dit en zei ze ons dat als het echt nodig zou zijn, ze een auto van het ziekenhuis uit Endamarariek laat komen. Toen de chairman en zijn zoon Edwin terug aankwamen in Getamock, ging ik met Marlies meteen naar buiten. Ze had me namelijk verteld dat hij er echt knap en sjiek uit zag. Dat moest ik natuurlijk met mijn eigen ogen gaan aanschouwen. Hij had een zwart kostuum aan en dat was voor Mama Walter de ideale gelegenheid om gezinsfoto’s te nemen (samen met ons). Ik vond het wel schattig, dus deed vrolijk mee. Die avond hebben we ook met hen het spelletje ‘Mens-erger-je-niet’ gespeeld, terwijl we eigenlijk gewoon in bed wilden kruipen, maar we deden enthousiast mee omdat Mama Walter ons ging missen omdat we dit weekend in Karatu zitten. Het werd uiteindelijk nog heel leuk en grappig, want moeder en zoon vonden het hilarisch om elkaar steeds weer ‘in het zak te zetten’.

Marlies en ik proberen ook in maart wilde plannen te maken zodat deze maand weer voorbijvliegt, daarom trekken we volgend weekend naar Arusha. Daar hebben ze namelijk een goede pizzeria en we dromen over niets anders dan pizza! Tesha zou ons normaal gezien vergezellen en in Arusha zelf kunnen we Joke en/of Jorien ontmoeten. Ik hoop echt dat we tot daar geraken en ik kan genieten van mijn heerlijk lievelingseten!

Ik geniet hier nog altijd tegen de sterren op, maar af en toe zit ik toch wat af te tellen. Afronden doe ik met geweldig nieuws: vannacht kreeg ik een smsje van mijn papa om te zeggen dat hij mij met Luc (de papa van Marlies) in april een week komt bezoeken. Ik zal dus samen met hem de grote safari beleven. Ik vind het echt super dat hij komt en tel dus nog meer af tot 15 april.

Doe het allemaal nog goed in België en tot de volgende! X